‘Hier staan vier vrijgevochten vrouwen’ – Gwendolyn Rutten met haar moeder, dochter en grootmoeder

Om het familiegevoel compleet te maken, hebben we afgesproken in de Pauze, de koffiebar van Gwendolyns echtgenoot Jimmy. Terwijl hij ‘de beste cappuccino van Aarschot en omstreken’ maakt, althans als we zijn schoonmoeder Carola mogen geloven, vraagt oma Angeline of we wel weten waar we aan beginnen. ‘Want als we samenkomen, wordt er geen seconde gezwegen’. Angeline is al drieënnegentig, maar dat is haar niet aan te zien. Haar geheim is… dansen. Nog iedere maand slaat ze de beentjes uit, in het cultureel centrum van Aarschot. De stilste van het viergeslacht Rutten is de veertienjarige dochter van Gwendolyn. ‘Ons Juliette luistert liever’, weet haar oma. ‘Zodat ze zich een mening over de dingen kan vormen. Eigenlijk is zij de slimste van ons vieren.’ (lacht)

Hevige Gwendolyn

‘Tijdens het politieke jaar hoor ik van mijn familie dat ze mij meer op tv zien dan in het echt’, vertelt Gwendolyn. Maar als we samenkomen, is het feest. Want we hangen enorm aan elkaar. Wij praten inderdaad veel, en dat inspireert. Als ik mijn oma hoor vertellen besef ik hoeveel vooruitgang we al hebben geboekt en blijven boeken. Een aantal verhalen staan zelfs in mijn boek “Nieuwe Vrijheid”.’

Waarover gaat het dan zoal?

Gwendolyn: Meestal over dagdagelijkse dingen, maar de verhalen van oma van vroeger helpen me ook dingen in een juist perspectief te plaatsen. Onlangs vertelde oma over de tijd dat ze als vrouw nog geen stemrecht had. En ze mocht maar tot haar veertiende naar school gaan. Nadien moest ze thuis meehelpen.

Angeline: Toen ik dat hoorde, heb ik de hele dag geweend. Maar toen had je als kind thuis niets te zeggen, hé.

Gwendolyn: Waaruit blijkt dat we veel te weinig stilstaan bij wat er sindsdien allemaal ten goede is veranderd. Mijn grootmoeder had niet eens stemrecht, en ik ben voorzitter van een politieke regeringspartij. Prachtig, toch?

Hoe reageerde jij, Angeline, toen jouw kleindochter in de politiek stapte?

Angeline: Ik keek daar niet van op. Gwendolyn was als kind al een hevige. Mijn broer zei altijd: die schopt het ooit tot eerste minister. En misschien krijgt hij nog gelijk.

Wat bedoel je precies met ‘een hevige’?

Angeline: Dat ze soms te veel energie had. Thuis konden ze daar niet altijd mee overweg. Dus stuurden ze haar naar mij om stoom af te blazen.

Gwendolyn: Oma woonde in Langdorp, een groene deelgemeente van Aarschot. Daar kon ik naar hartenlust ravotten. Ik ben sinds kort weer aan het joggen, trouwens. Niet om een zo straf mogelijke tijd te lopen, wel om mijn hoofd leeg te maken. Al vinden de kinderen mijn trage tempo heel vermakelijk.

Juliette, wat vind jij ervan dat je mama een bekende politica is?

Juliette: Ik ben uiteraard trots op haar, maar eigenlijk ben ik totaal niet geïnteresseerd in politiek. Voor mij is zij gewoon mijn mama, niet de voorzitter van Open VLD. Ik hoor van m’n klasgenoten wel eens dat ze haar in ‘Het Journaal’ hebben gezien, maar ik word nooit aangesproken over politiek.

Carola: Juliette zit op internaat, hé. Iets waar ze zelf voor heeft gekozen. Terwijl ik dat destijds moest. Ik had geen keuze.

Angeline: Wij hadden een beenhouwerij en Carola maakte haar huiswerk achteraan in de zaak. Daar stonden ook de leerjongens, die de hele dag vuile praat verkochten. Ik wou niet dat onze dochter dat hoorde.

Maar daar was jij dus niet blij mee, Carola.

Carola: Niet moeilijk. Ik mocht toen om de drie weken een weekend naar huis. Allez, van zaterdagmiddag tot zondagmiddag.

Is Gwendolyn’s drang naar vrijheid eigen aan deze familie?

Carola: Ik ben van de generatie van ’68. Ik heb dus altijd een heel open relatie met mijn kinderen gehad, waarin alles bespreekbaar was. Nu lijkt dat evident, maar toen was dat absoluut niet het geval.

Waren jouw ouders minder vooruitstrevend?

Carola: Integendeel. Ik mocht van mijn vader zelfs hotpants dragen.

Angeline: Jij was gewoon rotverwend, ja! (algemene hilariteit)

Gwendolyn: Door veel te reizen weet ik dat de vrijheid die vrouwen hier hebben alles behalve vanzelfsprekend is. Dat we ons gelukkig mogen prijzen dat we in België zijn geboren. Maar we moeten erover waken dat we onze rechten niet opnieuw verliezen. De debatten

tegenwoordig, over of jongens en meisjes al dan niet mogen samen zwemmen bijvoorbeeld, daar ga ik echt van steigeren! Vooral in de Vlaamse grootsteden ontstaat er een parallelle samenleving waarin niet dezelfde rechten voor vrouwen en mannen gelden. Dat weiger ik te laten gebeuren.

Angeline, was jouw jeugd heel anders dan die van je achterkleindochter Juliette?

Angeline: Da’s onmogelijk te vergelijken. Ik heb als kind veel plezier gemaakt, hoor. Maar ik heb ook de oorlog meegemaakt, hé. Da’s een verschrikking die ik niemand toewens. Ik weet nog goed dat mijn vader ons ‘s nachts wakker maakte. Vier uur was het. Waarna we met het hele gezin bang naar de radio zaten te luisteren, waarop men aankondigde dat België in staat van oorlog was.

Besefte jij toen hoe ernstig die aankondiging was?

Angeline: Ja, omdat vader meteen zei dat we moesten vluchten. Voor de Duitsers. Een half uur later zaten we op onze fiets. Tot we hoorden dat alle omliggende bruggen waren opgeblazen. Dus zijn we maar thuisgebleven, om daar de oorlog uit te zitten.

Gwendolyn: Onze generatie kan zich dat niet voorstellen:

België bezet door een vreemde mogendheid, die plots alle wetten bepaalt. Zo akelig. Daarom ben en blijf ik overtuigd Europeaan, het is het beste project voor vrede ooit.

Angeline: Ik herinner me nog goed hoe ik via een ondiepe plek in de Maas overstak naar Nederland, om daar bij een boer boter te gaan kopen en terug de grens over te smokkelen.

Gwendolyn, vraag jij soms raad aan je familie alvorens een politieke beslissing te nemen?

Gwendolyn: Nee, ik probeer werk en privé strikt gescheiden te houden. Het enige dat Juliette absoluut niet leuk vindt, is dat ik toch een beetje publiek bezit ben geworden. Als we samen gaan shoppen, word ik continu aangesproken. ‘Zeg, vandaag ben je er voor mij’, krijg ik dan te horen. En ze heeft gelijk. Maar ik spreek graag met mensen en zet daar ook geen klok op.

Je had het over vrijheid. Die lijkt de huidige regering nochtans flink in te perken, met bijna wekelijks een wetsaanpassing of nieuwe regel.

Gwendolyn: Ik erger mij daar ook aan, hoor. Want hoe kan je die allemaal nog onthouden? Da’s hetzelfde met al die dieetgoeroes die voortdurend zeggen wat we wel en niet mogen eten… Waardoor iets simpel als eten een stresserende onderneming wordt. Mensen zijn verstandig genoeg, denk ik dan. Laat ze zelf oordelen.

Sommigen willen het verbod op alcohol voor jongeren zelfs verstrengen;

Akkoord, Carola?

Carola: Goh… In mijn tienertijd werd niks verboden. Als wij op zondag uit eten gingen, mocht ik van mijn vijftiende mee een aperitief bestellen, bijvoorbeeld. Mijn ouders hebben me ook nooit verboden om te roken. Toch heb ik nooit gerookt en ben ik niet verslaafd geraakt aan den drank. Veel heeft met uw eigen instelling te maken.

Gwendolyn: Stop maar al, of Juliette wil voortaan ook altijd een aperitief. (lacht) Het is niet omdat je iets verbiedt dat iets is opgelost.  Ik geloof veel meer in verantwoordelijkheid aanreiken, dan in verbieden. Ik pleit níet voor een totaalverbod.

Juliette: Weet je wat ik niet begrijp? Dat jongens nog altijd meer mogen dan meisjes.

Gwendolyn: Ja, er is nog werk aan de winkel. En toch hebben we op korte tijd al heel wat vooruitgang geboekt, denk maar aan oma’s tijd of die van mijn oma. Of kijk naar de rest van de wereld. In heel wat andere landen véél minder rechten voor vrouwen dan voor mannen. Juliette kan zélf bepalen wat ze na het middelbaar wilde doen. In negentig procent van de landen krijgen meisjes die kans niet.

Was Gwendolyn een rebelse tiener, Carola?

Carola: Ik heb nooit streng moeten zijn. En we hadden een heel open gezin. Maar toch bezorgde ze me op haar vijftiende de schok van mijn leven. Ze kwam op een dag thuis en zei: ‘Mama, ik heb de man van mijn leven gevonden.’

Gwendolyn: En kijk, ik ben nog steeds met hem getrouwd!

Maar stel dat Juliette morgen met een gelijkaardige boodschap thuiskomt.

Gwendolyn: Ik mag er niet aan denken! Terwijl ik destijds rázend was, omdat mama mijn liefde voor Jimmy weglachte.

Maar je kwam niet tussen, Carola.

Carola: Nee, dat niet. Gwendolyn mocht in feite alles. Zoals ook een rolletje spelen in ‘Ad Fundum’, in 1992. Toen ze vroeg of dat mocht, heb ik daar niet moeilijk over gedaan.

Gwendolyn: Euh, dat was maar een figurantenrolletje, hoor.

Carola: Gwendolyn heeft ook eens gevraagd of ze haar haar blond mocht verven. Dat mocht. Maar na één dag liet ze het weer donkerder kleuren. Blond nog wel!

Gwendolyn: Ja, dat was niet echt een succes. (lacht)

Carola: Gwendolyn was als kind al wel een initiatiefnemer. In het middelbaar richtte ze een schoolkrant en een leerlingenparlement op, omdat ze vond dat er meer banken op de speelplaats moesten komen. En ze lanceerde het schoolbal voor laatstejaarsstudenten in Aarschot, een evenement dat nog steeds jaarlijks plaatsvindt.

Je bent ook misdienaar geweest, niet Gwendolyn?

Gwendolyn: Ja! Samen met VRT-nieuwsanker Goedele Wachters, trouwens. We waren klasgenoten. Om de beurt verzorgden wij de eerste lezing, om acht uur ‘s morgens. Dan zaten er hooguit tien mensen in de kerk. Maar wat wij deden, had eigenlijk weinig met religie te maken. We hadden ook altijd een mening klaar over elkaars lezing.

Tijdens jouw speech op de nieuwjaarsreceptie van Open VLD werd een portret van je grootmoeder op de muur geprojecteerd. Een mooi gebaar.

Angeline: Ja, ik heb eventjes gesukkeld met mijn gezondheid. Maar ik ben weer goed, hoor. Al weet ik sindsdien zeker: een goeie gezondheid, dat is het belangrijkste dat er is. En je familie. Ik hoop dat ik de mijne nog een jaartje dichtbij me heb. Veel langer zal er niet meer inzitten.

Gwendolyn: Zeg oma! Je bent opnieuw kerngezond. We gaan nog veel en lang van elkaar genieten. En onderschat haar niet, hoor. Want met wiezen blijft oma onklopbaar.

 

Dit interview verscheen op dinsdag 5 september 2017.

Geen reactie's

Geef een reactie