“Ik heb me geamuseerd met mama’s videovergaderingen” “Jullie lachten me gewoon uit”

Gwendolyn Rutten heeft er een bewogen politiek jaar opzitten, met intense regeringsonderhandelingen en haar afscheid als partijvoorzitter van Open VLD. Maar op het thuisfront had vooral de lockdown een grote impact, met tienerdochter Juliette (17) die haar vriendinnen van het internaat plots moest inruilen voor mama en papa. “Zou jij deze coronacrisis als tiener hebben volgehouden, mama?”

Politiek is geen groot thema ten huize Geurts-Rutten. Thuiskomen is voor mama Gwendolyn vooral de warmte van haar nest opzoeken, ver weg van “de leeuwenkuil”, zoals ze de Wetstraat noemt. Veel politieke microbe hebben de kinderen dan ook niet meegekregen. Zo gedreven als mama Gwendolyn in de politiek is, zo terughoudend is dochter Juliette. “In mijn klas keek iedereen dadelijk in mijn richting zodra het over de politiek ging”, zegt ze. “Intussen weten ze dat dat geen zin heeft. Ik volg het echt niet. En als ik iets wil weten, vraag ik het wel aan mama.”

De 17-jarige dochter van Gwendolyn Rutten kijkt met een nuchtere, genuanceerde blik naar de wereld die aan haar voeten ligt, liever weloverwogen dan met grote woorden. Intussen geniet ze volop van wat op die leeftijd belangrijk is: vriendinnen. Nu al kijkt ze ernaar uit om volgend schooljaar samen met hen op Romereis te gaan. Dat wordt de bekroning

van een lange schoolcarrière – als corona geen roet in het eten gooit. Voor Juliette ook het einde van een bijzondere schoolcarrière, want al sinds het vijfde leerjaar zit ze op internaat. Een keuze die zijzelf als 10-jarige heeft gemaakt. “In het begin was dat wel even hard, maar intussen heb ik daar mijn leven en mijn vriendinnen”, zegt ze zelf.

De lockdown in het voorjaar betekende voor het gezin dan ook meer dan één aanpassing: niet alleen ging de koffiebar van papa dicht, ook de avondvergaderingen van mama vielen weg én plots was Juliette elke dag thuis. Het was voor iedereen onverwacht snel wennen aan elkaar.

Zou jij deze coronacrisis als tiener hebben volgehouden, mama?

“Minder goed dan jij, denk ik. Ik vind dat zowel jij als je broer dat heel goed gedaan heeft. Al jarenlang kom jij enkel in het weekend naar huis, nu ben je altijd bij je ouders. Hoelang duurt dat nu al? Vier of vijf maanden?”

Heel lang, in ieder geval. (lacht)

“Bij mij was het vroeger net omgekeerd. Mijn ouders waren er altijd, van toen ik wakker werd tot ik van school terugkwam en ging slapen. Dan was ik blij om eens alleen te zijn. Jij bent het gewoon om met je vriendinnen te zijn. Maar je hebt je goed aangepast. Al denk ik dat het nu wel tijd is dat de vakantie voorbij is, zodat je naar het internaat kan teruggaan en tijd kan doorbrengen met leeftijdsgenoten in plaats van met volwassenen.”

Hoe is het om in zo’n crisis politicus te zijn? Is dat spannend of net heel stresserend?

“Als burgemeester heb ik een heel groot gevoel van verantwoordelijkheid. We moeten op veel vlakken tegelijk werken. Zowel de woon-zorgcentra als de winkels, de openbare veiligheid enzovoort. Het zijn de burgemeesters die het land door de crisis hebben geholpen. Dat was een heel andere ervaring dan het werk als partijvoorzitter. Ik heb de partijpolitiek heel gauw achter mij gelaten. Het maakt niet uit wie van welk kleur is, als het maar gebeurt.”

Wat heeft die periode met jou als mens gedaan?

“Het klinkt misschien een beetje raar, en uiteraard besef ik zeer goed de ernst van de situatie, maar ik heb ondanks de drukte en de verantwoordelijkheid toch ook een beetje genoten van de lockdown. Ineens had ik thuis opnieuw een nest. Ik genoot ervan om samen gezelschapsspelletjes te spelen en elke dag samen te eten. Ook al was jij soms niet te genieten.” (lacht)

In het begin viel het nog mee, maar zonder vrienden werd het saai. Zeker eens je alle series hebt uitgekeken die je wilt zien. Ik heb me wel geamuseerd met mama haar videovergaderingen.

“Jullie lachten me gewoon uit.”

Het was soms precies een kleuterklas. “Jij hebt je hand niet opgestoken”, “jij bent nu aan het woord”,… Omdat je een koptelefoon aan had, hoorden we enkel jou. Heel grappig.

***

Dat Juliette haar moeder ineens van zo dichtbij bezig zag, bracht haar niet meteen dichter bij de politiek. “Ik zie mezelf later ook wel in een leidersrol zoals mama, maar niet in de politiek. Ik ben eerder wiskundig en wetenschappelijk aangelegd.” Toch werden aan tafel af en toe wel politieke discussies gevoerd. De sluiting van de scholen was bijvoorbeeld een twistpunt. Juliette vond het niet rechtvaardig dat het ene jaar wel weer mocht beginnen en het andere niet, en waarom bijvoorbeeld de kampen wel en het internaat niet.

“Ik vond dat je wel een punt had”, zegt mama Gwendolyn. “Het was inderdaad nogal arbitrair wie wel en wie niet. Maar het was de eerste keer dat we zoiets meemaakten. Het was voor iedereen zoeken.”

Zal het jou lukken om geen voorzitter meer te zijn? Je hebt het nu al zo moeilijk om alleen te zijn. Wat zal dat worden als je nóg meer thuis bent, en wij allemaal weer weg zijn?

“Ik kan inderdaad niet zo goed helemaal alleen zijn. Nu heb ik mijn handen meer dan vol als burgemeester en parlementslid, zeker tijdens de co­ronacrisis, maar op lange termijn wil ik niet enkel met politiek bezig zijn.”

Ik ben benieuwd.

“Maar nu ben jij mijn projectje, hé.” (lacht)

Dat zeg je altijd: “Je bent mijn projectje.” Maar ik denk niet dat je veel te zeggen hebt.

“Ik vrees het ook. Laat mij mezelf dat nu maar wijsmaken. Maar voorlopig lukt het me allemaal wel goed sinds ik voorzitter af ben. Ik ben ook blij dat ik van de politique politicienne af ben, met telefoons vanaf ’s morgens vroeg over allerhande akkefietjes. Wanneer ik in de kranten een nieuw relletje zie, denk ik: Egbert, je mag het hebben. Dat zal ik niet missen. Ik ben vanmorgen bijvoorbeeld gaan zwemmen. Dat zou me vroeger nooit gelukt zijn.”

Ik denk dat je nog iets anders gaat doen. Misschien lesgeven, of een nieuw boek schrijven.

“We zullen wel zien. Het is nu Aarschot op de eerste plaats. Hebben ze bij jou op school nog iemand nodig?”

Dan stel ik mijn veto, mama! Andere vraag: welk advies zou jij aan jouw 17-jarige zelf geven?

“Ik zou adviseren om van elke dag het beste te maken. Zeventien is een heel mooie leeftijd, maar het gaat ontzettend snel voorbij. Als ik naar jou kijk, zie ik nog altijd mijn kleine Juliette. Terwijl je volgend jaar al op kot gaat en je vleugels uitslaat. Probeer van elke dag iets te maken, zodat je elke avond kan gaan slapen met het idee: Dit was opnieuw de moeite waard. Want als je blijft wachten, kan het ineens afgelopen zijn.”

***

De generatie van Juliette is ook die van de klimaatjongeren. Zelf is ze niet mee op straat gekomen om voor het klimaatbeleid te betogen. “Al vind ik het wel goed dat dit gebeurt”, zegt ze. “Maar van mezelf zou ik dat een beetje hypocriet vinden, omdat ik in mijn dagelijkse leven te weinig voor het klimaat doe. Bovendien heb ik er alle vertrouwen in dat de regering op dat vlak doet we ze kan doen. Het is gemakkelijk om te zeggen wat moet gebeuren, maar politici moeten ook nog met veel andere dingen rekening houden.”

Gwendolyn: “In die zin ben je een beetje gevormd door wat je thuis hoort en ziet. Dan vertel ik weleens waarom iets niet lukt, of waarmee

je allemaal rekening moet houden. Jij kijkt ook meer wat je zelf in de praktijk kunt doen.”

Ik zit op school ook in een aantal schoolraden. Daarom hoef ik de politiek niet op de voet te volgen.

“Ik vind het fijn om thuis te komen in een gezin waar het niet voortdurend over politiek hoeft te gaan. Die politiek is mijn keuze, ik hoef hen daar niet mee lastig te vallen. Dit is mijn veilige haven waar ik niet op elk woord word gepakt, zoals dat in de toppolitiek wel het geval is. Ik weet dat je het er allemaal moet bij nemen, maar de negativiteit en competitiviteit zijn wel heel groot. Hier thuis telt dat allemaal niet. Hier kan ik gewoon ventileren, en relativeren mijn huisgenoten alles wat daarbuiten gebeurt. En als jij voelt dat ik het moeilijker heb, dan ben je extra lief tegen mij. Ook al weet je niet waarover het gaat.”

Ik doe inderdaad mijn best om af en toe extra lief te zijn. (lacht)

Gepubliceerd in het Nieuwsblad op maandag 10 augustus 2020.
Opgetekend door Pieter Lesaffer. Foto door Inge Kinnet.