“Wij kunnen perfect zonder N-VA besturen”

Gwendolyn Rutten (44) is aan haar laatste dagen bezig als voorzitter van Open VLD. Als één stemronde volstaat, weten we
vandaag al wie haar opvolger is. Bij een tweede stemronde is dat eind volgende week. Nog een laatste keer spreekt zij als
partijvoorzitter openhartig over het ministerschap dat ze liet schieten, de aanvallen van Bart De Wever en de gemiste kans op
een paars-groene regering. “Als het van mij had afgehangen, was er al lang een regering geweest.”

“Ik moet eerlijk zijn: dit kantoor ga ik wel missen.” Gwendolyn Rutten kijkt lachend rond in haar ruime bureau, driehoog in het
Open VLD-hoofdkwartier. Ze is opvallend ontspannen. Van hieruit heeft ze bijna acht jaar lang haar partij geleid. Een kantoor
dat de andere partijvoorzitters haar benijden, met een ruim terras en uitzicht op het historische hart van Brussel. Aan de muur
hangen twee grote foto’s van haar kinderen. “Dat zijn de laatste spullen die nog weg moeten”, zegt ze. “Ik ben alles aan het
inpakken zodat mijn opvolger een leeg bureau aantreft. Het is niet de bedoeling dat ik hier enkele dagen later nog met dozen
kom zeulen.”

Hoe hard zal u de job zelf missen?
“Mensen waarschuwen mij voor het zwarte gat, maar ik ben daar niet zo bang voor. Ik heb de knop ook al lang geleden
omgedraaid. Het is een gezond principe om in zulke functies de fakkel na twee termijnen door te geven. Het laat me ook toe
mijn eigen stem terug te vinden. Als voorzitter heb ik altijd geprobeerd om met iedereen rekening te houden. Vanaf nu komt er
meer ruimte voor mijn eigen gedacht.”

U blijft wel nog Vlaams Parlementslid. Over welke thema’s zullen we uw gedacht horen?
“Daarvoor moet ik nog even de tijd nemen. Bovendien ben ik ook burgemeester van Aarschot. Daar kruipt veel tijd in tijdens
deze periode. Dat is het beleid in de praktijk, van wasbakken zoeken voor de scholen tot looplijnen vastleggen met de
handelaars. Heel belangrijk werk, en daar haal ik ook veel voldoening uit. Veel respect voor iedereen die op het terrein zorgt
dat de boel blijft draaien.”

Als u had gewild, was u nu Vlaams minister geweest. Zowel Wouter Beke (CD&V) als Bart De Wever (N-VA) verweten u
achteraf dat u die stap niet heeft gezet.
“Ik ben daar heel formeel over: daar is toen geen enkele afspraak over gemaakt. Het klopt wel dat Bart De Wever me heeft
proberen te overtuigen. Dat is achteraf bekeken zelfs een beetje cynisch, want hij zei: Komaan, Gwendolyn, je mag ook
weleens aan jezelf denken. Maar ik zei dat ik nog niet wilde beslissen. ’s Avonds hadden we dan ons congres, wat een
emotioneel moment was. En ik heb in de politiek geleerd om nooit beslissingen te nemen wanneer je emotioneel bent. De dag
nadien bleef ik bij mijn oorspronkelijke idee om het niet te doen.”

U blijft nu wel met lege handen achter. Uw collega Beke heeft die kans wel gegrepen.
“Dat is zijn goed recht, ik heb hem daar ook nooit voor bekritiseerd. Ik heb mijn ambt nu neergelegd, en que sera, sera. Het is
ironisch dat ik nooit een ministerspost heb geambieerd, maar achteraf wel als postenpakker word neergezet.”

U verwijst naar de mislukte poging in het najaar om een paars-groene regering op de been te brengen. Volgens Bart De Wever liet u uw ambitie om premier te worden toen voorgaan op het partijbelang.                                                                                   “Ik besef dat we in een tijd leven waarin politieke tegenstanders niet enkel met open vizier strijden, maar ook slagen onder de
gordel geven. Maar tegenover leugens ben je machteloos. Op een bepaald moment zei Bart De Wever: Ze neemt haar telefoon
zelfs niet op. Dat klinkt misschien goed als clickbait, maar dat was gewoon niet het geval. Ik kan mijn telefoon laten zien, hij
heeft niet gebeld. Ik ben een beleefd meisje, ik neem op wanneer iemand mij belt. Er is toen ook een beeld op􀀀gehangen over
mijn persoonlijke ambities, terwijl ik enkel had gezegd dat het goed zou zijn om een vrouwelijke premier te hebben. Dat ging
niet over mezelf.”

“En dat allemaal omdat ik met PS ging praten. Intussen zijn we een halfjaar verder en ik zie dat De Wever al wekenlang op zijn
blote knieën zit en PS smeekt om samen een regering te vormen. Toen ik in het najaar met Paul Magnette sprak, leek het alsof
ik heel Vlaanderen in het verderf zou storten. Intussen beseft iedereen dat je zonder PS geen Belgische regering kunt vormen.
Dat is nu eenmaal de verkiezingsuitslag.”

“Maar no hard feelings. De Wever heeft getackeld om in de match te blijven. Dat is politiek. Het is zoals in het voetbal. Als je
ziet dat iemand gaat scoren, dan maak je de keuze: ofwel tackel je om een doelpunt te voorkomen en riskeer je een rode kaart, ofwel laat je hem gaan en dan heb je een doelpunt tegen.”

Wat was, achteraf bekeken, volgens u finaal de reden dat het toen niet is gelukt?
“Als het aan mij had gelegen, dan was er al lang een regering geweest. Maar je kunt dat niet tot één oorzaak 􀀀herleiden.
Misschien was de tijd nog niet rijp, misschien paste dat niet in de agenda van sommigen … Op een 􀀀bepaald moment moet je je
daarbij neerleggen, het blad omdraaien en naar het volgende gaan.”

U kreeg uw eigen partij ook niet mee.
“De partij was daar verdeeld over, net zoals andere partijen. Dat is ook normaal na verkiezingen waarbij enkel de extreme
partijen winnen. Dat leidt overal tot spanningen. Maar het partijbestuur heeft mij en Alexander De Croo altijd het mandaat
gegeven om daarover te onderhandelen. Dat standpunt is nooit gewijzigd.”

U was wel kop van Jut met de nota-Magnette, die voor veel van uw partijgenoten onverteerbaar was wegens te links.
“Voor mij is het niet belangrijk wat er aan het begin op tafel ligt. Het enige wat telt, is wat er op het einde ligt. Die nota was maar
een startpunt, de onderhandelingen waren nog niet eens begonnen. Dat is zoals de startnota van Bart De Wever voor de
vorming van een Vlaamse regering. Daar stond ook geen letter liberalisme in. Dat was een nota bedoeld om Vlaams Belang te
charmeren. Maar op basis daarvan zijn we toch beginnen te onderhandelen en we hebben onze blauwe stempel kunnen
drukken.”

“Je moet ook rekening houden met de verkiezingsuitslag. De regering-Michel I heeft van de kiezer geen verlenging gekregen.
Die regering was gericht op een economisch herstelbeleid. De kiezer heeft als signaal gegeven dat niet enkel de economische
motor moet draaien, maar dat de taart ook eerlijk moet worden verdeeld. Daarom moet de volgende regering ook een 􀀀‐
belangrijk sociaal luik bevatten.”

U hebt die regering mee gevormd. Is dit een mea culpa dat ze niet sociaal genoeg was?
“De regering heeft gedaan wat op dat moment nodig was. Maar daardoor hebben we misschien de andere dimensies wat uit
het oog verloren. Niet enkel de portemonnee is belangrijk, maar ook het hart. De volgende regering moet breder kijken. Zorgen
dat niemand uit de boot valt. En ook groene accenten zijn belangrijk.”

Dus terug naar het paars-groene Vivaldi-scenario?
“Dat zeg ik niet. Zeker met corona erbij heb je een breed draagvlak nodig. Hoe breder dat is, hoe beter het land door deze
crisis zal komen. We staan voor een periode van heropbouw. Geen enkele partij heeft hierover dé waarheid in pacht. We
moeten de beste elementen van de partijen combineren. Hoe meer, hoe liever.”

Intussen zijn PS en SP.A verkennende gesprekken gestart. U reageerde meteen positief, maar uw MR-collega Georges-Louis Bouchez is kritisch.
“Het is niet onlogisch dat PS en SP.A als grootste politieke familie het voortouw nemen. Wij stellen ons daarbij constructief op,
zoals we altijd hebben gedaan. Het is nooit onze schuld geweest dat een poging mislukte.”

Uiteindelijk zal het neerkomen op dezelfde vraag die al een jaar lang meegaat: kunnen N-VA en PS samen in één regering?
“Dat moeten N-VA en PS elk voor zichzelf uitmaken. Daar hebben wij als liberalen geen impact op. Het is ook niet aan ons om
het partijprogramma van N-VA te verdedigen. Kunnen wij samenwerken met N-VA? Zeker. Kunnen we 􀀀samen goede dingen
doen? Ja, dat bewijzen we in de Vlaamse regering. Maar kunnen we enkel met N-VA besturen? Natuurlijk niet. Dat kunnen we
ook perfect zonder N-VA. Wij zijn een onafhankelijke partij.”                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                  In 2014 kreeg u nog de bijnaam “mirakelvoorzitter”. Vorig jaar moest u het slechtste verkiezingsresultaat sinds 1977 slikken. Hoe bitter is dat?
“Open VLD schommelt al sinds 2010 rond de 14 procent. Als liberale partij moeten we de ambitie hebben om te groeien en
verkiezingen te winnen. Maar we zitten in een tijdsgewricht waarin onze ideologie het moeilijk heeft. Overal in Europa winnen
de extremen. Maar natuurlijk is het ook een beetje cynisch als je ziet van wie die bijnaam kwam.”

Vincent Van Quickenborne, die u regelmatig openlijk heeft bekritiseerd.
“Ik beschouw een partij een beetje als een familie. Je kunt van mening verschillen, het mag zelfs botsen en klinken. Maar
tegenover de buitenwereld trek je aan hetzelfde zeel en kom je op voor elkaar. Vincent heeft veel kwaliteiten, hij doet ook
goede dingen, maar iedereen weet dat collegialiteit en loyaliteit niet bovenaan zijn prioriteitenlijst staan.

Dit artikel werd gepubliceerd in de krant Het Nieuwsblad op vrijdag 22 mei 2020.